Vorig resultaat Volgend resultaat

12 Leningen en overige financiële verplichtingen, inclusief derivaten 14 Voorzieningen

13 Personeelsbeloningen

De personeelsbeloningen omvatten:

  • verplichtingen aan vervroegd uitgetreden personeelsleden omvattend het bedrag van de toekomstige uitkering die voormalige werknemers ontvangen op grond van de toenmalige VUT-regeling en in het kader van de overgangsregeling vervroegde uittreding bij 40 dienstjaren (OVUT);
  • andere werknemersvergoedingen op lange termijn waaronder jubileumuitkeringen;
  • verplichtingen als gevolg van arbeidsongeschiktheid en aanvullingen op sociale uitkeringen;
  • verplichtingen in verband met toegezegd-pensioenregelingen (voor nadere toelichting zie hieronder).

Personeelsbeloningen

  31 december 2013 31 december 2012
     
Toegezegd-pensioenregelingen 4 3
Andere langetermijnpersoneelsverplichtingen 28 27
OVUT 5 5
     
Totaal 37 35

Pensioenverplichtingen

Voor het personeel van de NS groepsmaatschappijen gelden de pensioenregelingen van de volgende pensioenfondsen met vermelding van de aantallen aangesloten actieve deelnemers (ultimo 2013):

Spoorwegpensioenfonds (15.797)
Bedrijfstakpensioenfonds Horeca & Catering (3.143)
Bedrijfstakpensioenfonds voor het levensmiddelenbedrijf (631)
Aanvullende pensioenregeling Servex (106)
Railways Pension Scheme Merseyrail (599)
Railways Pension Scheme Northern Rail (2.297)
Greater Anglia (2.360)
Abellio London (1.616)
Qbuzz (2.360)

In alle gevallen waarin sprake is van aansluiting bij bedrijfstakpensioenfondsen geldt dat NS groepsmaatschappijen geen verplichting hebben tot het voldoen van aanvullende bijdragen in het geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds, anders dan het voldoen van de toekomstige premies. Evenmin kunnen de NS groepsmaatschappijen rechten doen gelden op eventuele overschotten in de fondsen. Als gevolg hiervan zijn deze toegezegd-pensioenregelingen conform IFRS in deze jaarrekening verwerkt als toegezegde-bijdrageregeling.

Het totale bedrag aan pensioenpremies ten laste van de winst-en-verliesrekening was in 2013 € 60 miljoen (2012: € 44 miljoen). De herziening van het vergelijkende cijfer 2012 is het gevolg van de toegepaste stelselwijziging personeelsbeloningen.

De pensioenregeling voor de bedrijfstak Spoorwegen is ondergebracht bij het Spoorwegpensioenfonds. Deze regeling wordt voor de financiële verantwoording als een toegezegde-bijdrageregeling gekwalificeerd. De premie die met het spoorwegpensioenfonds is overeengekomen, is een vaste, vooraf vastgestelde, jaarlijkse premie, uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag. Deze stijgt tot uiteindelijk 20%. Van de pensioenpremie die aan het Spoorwegpensioenfonds wordt afgedragen, komt 2/3 deel voor rekening van de onderneming en 1/3 deel voor rekening van de medewerkers.

De onderneming heeft na betaling van de overeengekomen premie geen verplichting tot het betalen van aanvullende bedragen in geval sprake zou zijn van een tekort bij het pensioenfonds. De actuariële risico’s en de beleggingsrisico’s liggen bij het pensioenfonds en zijn deelnemers.

Voor Abellio London en Qbuzz geldt een toegezegde-bijdrageregeling.

Merseyrail, Northern Rail en Greater Anglia

De Engelse treinbedrijven hebben het beheer van de pensioenregeling voor hun personeel ondergebracht bij fondsen binnen het Railways Pension Scheme. De betreffende fondsen zijn te beschouwen als ondernemingspensioenfondsen en de pensioenregeling als een toegezegd-pensioenregeling (eindloonregeling). De pensioenregeling van Greater Anglia kwalificeert met ingang van 2013 eveneens als een toegezegd-pensioenregeling als gevolg van de verwachte concessieverlenging en toepassing van IAS19R.

De toegezegd-pensioenregelingen worden beheerd door ‘The Railways Pension Trustee Company Limited’ dat juridisch is afgescheiden van de Groep. Het bestuur van het pensioenfonds is wettelijk verplicht te handelen in de beste belangen van de deelnemers aan de regeling en is verantwoordelijk voor het formuleren van bepaalde beleidsonderdelen (bijvoorbeeld beleggings-, bijdrage- en indexatie-beleid) van het fonds.

Bij wet is bepaald dat ten minste elke 3 jaar een actuariële waardering plaatsvindt waarbij een volledige financiering van het pensioenplan wordt nagestreefd.Van het totaal van berekende pensioenlasten komt 60% voor rekening van de werkgever en 40% voor rekening van de werknemers.Als gevolg van deze toegezegd-pensioenregelingen loopt de Groep actuariële risico’s, zoals lang-levenrisico, valutarisico, renterisico en marktrisico (beleggingsrisico). Het nadelige verschil tussen pensioenverplichtingen en pensioenvermogen is opgenomen onder de overige langlopende verplichtingen en omvat het bedrag dat over de lengte van de concessieperiode zal leiden tot betaling. Het bedrag dat aan het einde van de concessieperiode resteert, is niet in de balans opgenomen, omdat dit tot de verplichtingen van de volgende concessieverkrijger zal behoren.

De pensioenverplichtingen en het pensioenvermogen zijn bepaald op de actuariële berekeningen die per 31 december zijn uitgevoerd.

Uitgangspunten

Bij de bepaling van de pensioenverplichtingen en het pensioenvermogen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd (gebaseerd op gewogen gemiddelde):

  2013 2012
Disconteringsvoet 4,6% 4,6%
Loonsomstijging  3,9% 3,4%
Pensioenstijging 2,7% 2,2%
Inflatie 3,4% 2,9%

Tabel voor de levensverwachtingen: 2010 SFO valuation.

Samenstelling

De samenstelling van de pensioenverplichtingen is als volgt:

  31 december 2013 31 december 2012
  
Reële waarde van de fondsbeleggingen  781   375
Contante waarde van de toegezegd-pensioenrechten  1.173   513
Nadelig verschil (brutoverplichting)  392   138
Af: Aandeel van de deelnemers   157   55
Af: Nadelig verschil aan het einde van de concessieperiode  231   80
Afwaardering pensioenoverschot  -   -
     
Netto verplichtingen van de Groep over de concessieperiode  4   3

De kwalificatie van de pensioenregeling van Greater Anglia als een toegezegde pensioenregeling leidt tot een verhoging van de fondsbeleggingen met € 348 miljoen en de contante waarde van de toegezegd-pensioenrechten met € 528 miljoen in 2013, echter de netto verplichting van de Groep over de concessieperiode voor Greater Anglia is nihil.

Ultimo 2013 en 2012 resulteert de actuariële berekening voor de regelingen van Merseyrail en Northern Rail in een verplichting.

Gevoeligheidsanalyse

Redelijkerwijs mogelijke wijzigingen op balansdatum in een van de relevante actuariële veronderstellingen, waarbij andere veronderstellingen constant blijven, zouden de volgende invloed hebben op de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten:

  Toename Afname
Gevoeligheidsanalyse (verandering met 0,25%)    
Disconteringsvoet 66 167
Inflatie 67 168
Toekomstige salarisverhogingen 34 33

Verandering van de sterfteverwachting met 1 jaar zou een invloed hebben van € 29 miljoen op de brutoverplichting.

De invloed van deze wijzigingen op de netto verplichtingen van de Groep over de concessieperiode is naar verwachting beperkt gezien de overdracht van verplichtingen aan het einde van de concessie.


Verloop

Het verloop van het pensioenvermogen en van de pensioenverplichtingen is als volgt:

  2013 2012
     
Fondsbeleggingen op 1 januari  375   331
Toevoeging nieuwe pensioenregelingen  348   -
Rentebaten  32   16
Pensioenpremies  39   20
Uitbetaalde pensioenen  -23   -9
Administratiekosten  -4   -1
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten  28   10
Koersresultaat  -14   8
Fondsbeleggingen op 31 december  781   375
     
Toegezegd-pensioenrechten op 1 januari  513   486
Toevoeging nieuwe pensioenregelingen  528   -
Pensioenlasten  42   25
Interestkosten  45   23
Uitbetaalde pensioenen  -23   -9
Actuariële winst of verlies als gevolg van:    
-demografische veronderstellingen  -   -3
-financiële veronderstellingen  88   -17
-aanpassing op grond van ervaringen  -   -3
Koersresultaat  -20   11
Toegezegd-pensioenrechten op 31 december  1.173   513

De vermogensbeheerder van het Railway Pension Scheme heeft een strategie gericht op consistentie in de individuele fondsen. Deze strategie omvat onder andere het bepalen van een minimum risico niveau om aan de financieringseis te voldoen en het ontwikkelen van liquiditeitsbudgetten om de liquiditeit van de beleggingen in lijn te brengen met de verwachte kasstroom uit de pensioenverplichtingen. De vermogensbeheerder ontvangt periodieke economische- en marktupdates op basis waarvan de resultaten van het strategisch beleggingsbeleid tegen het licht worden gehouden. Er is gekozen voor een flexibele vermogensmix waarmee het risicoprofiel wordt gereduceerd. 

Samenstelling pensioenvermogen


De samenstelling van het pensioenvermogen is als volgt:

  31 december 2013 31 december 2012
Aandelen  347   142
Vastrentende waarden  104   55
Vastgoed  74   35
Geldmiddelen  66   52
Overig  190   91
Totaal  781   375

Pensioenkosten componenten uit hoofde van toegezegd pensioenregelingen

  31 december 2013 31 december 2012
Pensioenlasten  26   15
Renteresultaat  -   -
Administratiekosten  2   1
Totaal  28   16

Actuariële resultaten opgenomen in het eigen vermogen

  2013 2012
Actuariële winst of verlies als gevolg van:    
-demografische veronderstellingen  -   3
-financiële veronderstellingen  -87   18
-aanpassing op grond van ervaringen  -   3
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten  28   10
Resultaat veranderingen in de concessie  28   -16
Veranderingen in deelnemersaandeel  34   -13
Totaal   3   5

De Groep verwacht € 32 miljoen te moeten bijdragen aan bovengenoemde toegezegd-pensioenregelingen in 2014. In 2013 was de bijdrage € 28 miljoen.

OVUT

Als gevolg van de CAO die in 1998 is afgesloten voor de sociale eenheid van de Groep is de VUT-regeling destijds vervangen door de vroegpensioenregeling. Voor personeelsleden die vóór de vroegpensioenleeftijd 40 dienstjaren bereiken en zijn geboren voor 1950 geldt een overgangsregeling. Voor personeelsleden die vóór de vroegpensioenleeftijd 40 dienstjaren bereiken en zijn geboren na 1949 geldt dat het voor deze categorie werknemers gereserveerde bedrag is ingezet voor de levensloopregeling. De uitvoering van deze overgangsregeling is overgedragen aan het Spoorwegpensioenfonds. Ter afdekking van de verplichtingen is een bedrag ineens ter beschikking gesteld aan het Spoorwegpensioenfonds. Afrekening zal plaatsvinden op basis van nacalculatie.

Andere langetermijnpersoneelsverplichtingen

Hieronder zijn opgenomen jubileumverplichtingen. Voor de berekening van de jubileumverplichtingen wordt de prognosetafel 2012-2062 gebruikt.

Het verloop van de voorziening is als volgt:

  2013 2012
     
Verplichtingen op 1 januari   27   23
     
Toename door nieuwe concessies  1   -
Uitkeringen  -2   -2
Actuarieel resultaat  1   5
Oprenting  1   1
Verplichtingen op 31 december  28   27

Het kortlopend deel van deze voorziening bedraagt € 2 miljoen.

De gevoeligheden zijn als volgt:

  Wijziging verplichting 2013
   %
Disconteringsvoet -0,5% 3,8
Loonsomstijging -0,5% -3,6
Carrierekansen +25% 2,5
Ontslagkansen +25% -4,1