Vorig resultaat Volgend resultaat

13 Personeelsbeloningen 15 Overlopende posten

14 Voorzieningen

  Reorganisatie kosten en non-activiteitsregeling Voorziening bodemsanering Voorziening verlieslatende contracten Overige voorzieningen Totaal
           
Boekwaarde per 1 januari 2013 9 102 262 79 452
     
           
Dotatie  42   -   111  27  180
Oprenting  -   -   15   -   15
Onttrekking  -6   -9   -220  -25  -260
Vrijval  -   -2   -   -7   -9
           
Boekwaarde per 31 december 2013 45 91 168 74 378
           
Langlopend  42   82   1   57   182
Kortlopend  3   9   167   17   196

Reorganisatiekosten en non-activiteitsregelingen

De voorziening voor reorganisatiekosten en non-activiteitsregelingen heeft tot doel het dekken van de kosten die in het kader van reorganisatiemaatregelen worden gemaakt. Het grootste deel van de voorziening is nodig voor afvloeiingsregelingen, overbruggingsbetalingen en herplaatsing van personeelsleden van wie de functie is opgeheven bij reorganisaties. De toevoeging aan de voorziening bestaat met name uit verwachte reorganisatiekosten als gevolg van het TOP programma. Bij de berekening van de toevoeging is gebaseerd op de huidige arbeidsvoorwaarden. De voorziening is berekend met behulp van een disconteringsvoet van 4%. De Groep verwacht dat er tot 2018 onttrekkingen aan deze voorziening zullen plaatsvinden.

Voorziening voor bodemsanering

De voorziening voor bodemsanering dient voor beheersing en opheffing van milieuschade. De voorziening is berekend met behulp van een disconteringsvoet van gemiddeld 1% (2012: 1%). De Groep verwacht dat tot 2030 verplichtingen uit hoofde van deze voorziening zullen voortvloeien. Een substantieel deel van deze voorziening betreft de voorziening die in 2030 zal moeten resteren. Dit deel heeft een langlopend karakter. Elke 5 jaar zal een herijking plaatsvinden die kan leiden tot veranderingen in het dotatiebeleid.

Voorziening voor verlieslatende contracten

Deze voorziening heeft voornamelijk betrekking op de verlieslatende concessieovereenkomst inzake de exploitatie van de HSL-Zuid. Gesprekken met de Staat hebben in 2012 geresulteerd in een definitief beleidsvoornemen van de minister om tot een integratie van diensten over de HSL-Zuid en het hoofdrailnet over te gaan in een nieuwe onderhands te gunnen concessie aan NS per 1 januari 2015. De huidige concessie van HSA, met een oorspronkelijke looptijd van 15 jaar, zal worden ingetrokken en de Concessieovereenkomst zal voortijdig worden beëindigd. NS heeft zich tegenover uitvoering van het (gepubliceerde) voorgenomen beleid jegens de Staat voor de exploitatie en de concessieverplichtingen van HSA tot 2015 garant gesteld. Tevens is overeengekomen dat de verschuldigde gebruiksvergoeding in 2012 wordt verlaagd met € 206 miljoen in verband met exogene factoren (EMC-ERMTS problematiek). Op 17 januari 2013 is de Fyra verbinding Amsterdam – Brussel uit voorzorg stilgelegd als gevolg van veiligheidsproblemen met het V250-materieel en later in het jaar is besloten het V250-materieel defintief niet meer in te zetten (zie noot 1).

Ultimo 2013 is de voorziening verlieslatend contract voor de HSL-Zuid berekend op basis van de beste schatting op balansdatum van de contante waarde van de verwachte nettokosten van voortzetting van de huidige concessieovereenkomst tot 1 januari 2015, het moment waarop de huidige concessieovereenkomst in het beleidsvoornemen van de minister wordt beëindigd.

De voorziening is berekend met behulp van een disconteringsvoet van 4% (2012: 8%). De disconteringvoet is verlaagd als gevolg van gewijzigd risicoprofiel en looptijd van de voorziening. Ultimo 2013 bedraagt de voorziening verlieslatend contract HSL-Zuid € 167 miljoen (2012: € 249 miljoen). In 2013 is, naast een oprenting van € 15 miljoen, een bedrag van € 207 miljoen aan de voorziening onttrokken (2012: € 188 miljoen) en € 110 miljoen gedoteerd (2012: € 6 miljoen).

Overige voorzieningen

Overige voorzieningen betreffen onder andere voorzieningen voor schade ten gevolge van ongevallen en brand en voorziening voor risico’s als gevolg van de ontbinding van crossborder-leasetransacties.